Oorsprong en eerste Werkplaatsen
De oudste werkplaatsen die het Grootoosten van België hebben opgericht, bestonden al lang vóór haar ontstaan, zoals u elders kunt lezen. Het blijft echter tot op vandaag moeilijk om het ontstaan van de Vrijmetselarij in onze gewesten precies te dateren.
De voormalige Grootmeester Eugène Goblet d’Alviella schreef in de 19de eeuw:
“in de Belgische provincies lijken de eerste maçonnieke kernente zijn gevormd door Britse officieren, waarvan sommigen in de Engelse legers dienden die onze provincies herhaaldelijk binnenvielen tijdens de campagnes van het tweede derde van de 18de eeuw, terwijl anderen in uitheemse troepen dienden die door de Staten-Generaal der Nederlanden waren gevormd als bezettingsmachtin de Barrièresteden.”
Hoewel de oudste vermeldingen verwijzen naareen werkplaats die in 1721 in Bergen zou zijn opgericht, kan dit niet met zekerheid worden bevestigd. Hetzelfde geldt voor twee andere werkplaatsen die rond 1730 zouden zijn opgericht, de ene in Gent en de andere in Doornik.
Hoe dan ook kende de Vrijmetselarij in onze streken haar volle ontwikkeling onder het bewind van keizerin Maria Theresia.
De oudste Brusselse werkplaats zou reeds in 1740 hebben bestaan, gevolgd door een andere – L’Union – in 1742 en L’Équité in 1743, eveneens te Brussel. Verder zijn er onder meer de werkplaats van broeder Jéricot in Bergen (1748-1752), en in 1763 La Candeur in Gent, La Parfaite Union in Namen en La Parfaite Harmonie in Bergen. Daarna volgen La Discrète Impériale in Aalst (1764), La Bienfaisante in Gent en La Parfaite Amitié in Leuven, evenals L’Unanimité in Doornik (1765); La Parfaite Égalité in Brugge (1766), La Félicité in Gent (1767), Les Inséparables Amis in Doornik (1767), La Constante Union in Gent (1768) en La Constance de l’Union in Brussel (1769).
Invloeden en maçonnieke structurering
Sommige van deze loges waren dochterloges van de Grootloge van Frankrijk (zoals La Parfaite Harmonie in Bergen) of van de Grootloge van Nederland (zoals La Bienfaisante in Gent), maar de meeste vonden – zij het onrechtstreeks – hun oorsprong in de Grootloge van Londen (de zogeheten “Moderns”).
Gedurende bijna twee decennia werd de Vrijmetselarij in onze gewesten geleid door provinciale Grootmeesters van de Nederlanden, zoals de markies de Gages. In die periode droeg zij in belangrijke mate bij tot de ontwikkeling van een eenvormige Moderne ritus (ook voorbij de graad van meester), zoals wordt bevestigd door de Franse historicus en conservator van het museum van het Grootoosten van Frankrijk, Ludovic Marcos, in zijn boek Histoire du Rite français au XVIIIième siècle, uitgegeven door de Éditions maçonniques de France.
Daarnaast onderhield de Vrijmetselarij in onze gewesten, nog vóór het ontstaan van België, uitstekende relaties met de Grootloge van Londen (de “Moderns”), die deze werkplaatsen erkende en hun patentbrieven verleende, evenals met de Grootloge en later het Grootoosten van Frankrijk en de Grootloge der Nederlanden. Tegelijk was zij onder het Oostenrijkse bewind ook afhankelijk van de keizerlijke beslissingen uit Wenen. Toch heeft zij nooit haar werkzaamheden stilgelegd, noch haar lichten gedoofd.
Franse periode en ontwikkeling
Na de Franse Revolutie komen de Belgische werkplaatsen onder het gezag van het Grootoosten van Frankrijk.
In de meeste gevallen erkent zij de anciënniteit van de “Belgische” werkplaatsen door hun eerdere ontstaan en hun rangorde te bevestigen (zoals bijvoorbeeld bij Les Vrais Amis de l’Union in Brussel).
Onder het Consulaat en het Franse Keizerrijk kennen de Belgische werkplaatsen een sterke ontwikkeling:
• onder meer dankzij de bijdrage van rondtrekkende Franse militaire loges (zoals bij de Brusselse loge Les Amis Philanthropes),
• of door de aanwezigheid van burgers en bestuurders die trouw waren aan het napoleontische regime (zoals bij de loge Les Amis Discrets in Nijvel).
Hollandse periode en spanningen
Na de nederlaag bij Waterloo en de val van het Franse Keizerrijk komen onze gewesten onder Nederlands bestuur.
De werkplaatsenvallen dan onder een Provinciale Grootloge die afhankelijk is van het Grootoosten der Nederlanden, tot aan de revolutie van 1830.
Een zekere trouw aan de Nederlandse kroon – waarvan de troonopvolger Vrijmetselaar is (en bovendien in Brussel werd ingewijd!) – zorgt voor spanningen tijdens de Belgische revolutie. Het feit dat de opperbevelhebber van de Nederlandse troepen die de opstand moest onderdrukken, zelf lid was van Brusselse loges en provinciaal Grootmeester, vergroot de verwarring nog.
Zijn afzetting door de werkplaatsen die het Grootoosten van België stichtten en de afwijzing van het gezag van de Nederlandse Obediëntie leiden tot verdeeldheid binnen de werkplaatsen tussen “orangisten” (aanhangers van het Huis van Oranje, de regerende dynastie van Nederland) en “belgicisten” (voorstanders van de nationale onafhankelijkheid).
Oprichting van het Grootoosten van België
Het is dus in een gespannen klimaat dat het Grootoosten van België in 1832-1833 wordt opgericht…
Des te meer omdat het klerikale en pauselijke anti-maçonisme meteen in onze gewesten gaat woeden, met het voorlezen van een herderlijke brief van de bisschoppen waarin het lidmaatschap van de Vrijmetselarij voor katholieken wordt verboden.
Dit zal een duidelijke invloed hebben op de rekrutering en het denken binnen de Obediëntie. Zo wijzigt het Grootoosten van België reeds in 1872, na jarenlange discussies en nog vóór het Grootoosten van Frankrijk, zijn Statuten en Algemene Reglementen: voortaan verklaart de Obediëntie geen enkel dogma op te leggen en worden de loges niet langer verplicht een verwijzing naar een Opperbouwmeester van het Heelal te hanteren.
De maçonnieke precepten en rituelen worden in dezelfde zin ontkerstend. Tegelijk neemt het Grootoosten van België de strijd voor sociale vooruitgang op in haar programma.
Evolutie van ideeën en erfgoed
Zoals de vrijmetselaarshistoricus Marcel De Schampheleire in 1987, bij de 150ste verjaardag van het Grootoosten van België, in herinnering bracht:
“De geschiedenis toont ons de belangrijke bijdrage van de Belgische Vrijmetselarij aan alles wat kan bijdragen tot de ‘bouw van de Tempel der Mensheid’. Het verwezenlijken van deze doelstellingen stuit soms op weerstand, roept soms spanningen op en gaat gepaard met reacties op deze acties […] Een oorspronkelijk religieuze houding maakt plaats voor een openheid naar het vrije onderzoek en een niet-dogmatisch denken, om uit te monden in de overheersende aanwezigheid van een uitgesproken secularisme bij de broeders van het Grootoosten.”
Doorheen de jaren toont en verklaart de geschiedenis duidelijk dat het Grootoosten van België kenmerken heeft ontwikkeld die ook vandaag nog haar eigenheid en originaliteit bepalen. Zoals Grootmeester Guy Vlaeminck in 1987 bij de 150ste verjaardag benadrukte, blijven de leden zich bewust “van de bronnen van die individuele vrijheid waarop het Grootoosten van België zich zo graag beroept; alle Vrijmetselaars [weten] wat zij aan hun voorgangers verschuldigd zijn, aan hen die deze traditie geleidelijk hebben opgebouwd, samengevat in de formules die ons zo dierbaar zijn: Vrijheid – Gelijkheid – Broederlijkheid … Kracht – Wijsheid – Schoonheid.”
Daarom kunnen wij, rustig en in de geest van een maçonniek ritueel, stellen:
“Hoe oud ben je, mijn Broeder?” of “Hoe oud ben je, mijn Zuster?”